Een vermoeidheid die om de waarheid vraagt
Niet alle vermoeidheid vereist slaap, maar alle vermoeidheid vereist eerlijkheid.
Er is vermoeidheid na het werk, na inspanning, na een lange dag of een moeilijke vergadering, maar er is ook vermoeidheid die voortkomt uit het leven ondanks zichzelf.
Het verdwijnt niet na rust, maar pas nadat je hebt toegegeven dat iets al heel lang te veel kost.
Vermoeidheid heeft vele gezichten.
De één vraagt om slaap, de tweede om eten, de derde om stilte, maar er is er ook één die om eerlijkheid vraagt.
Het komt voor als iemand te lang dingen draagt die hij niet langer wil dragen.
Dergelijke vermoeidheid schreeuwt nooit onmiddellijk, maar neemt eerder langzaam de lichtheid weg.
Dergelijke vermoeidheid wordt soms verward met luiheid of gebrek aan discipline, en het is gemakkelijk om druk op jezelf uit te oefenen en een andere manier te zoeken om jezelf te mobiliseren, maar het probleem ligt niet altijd in een zwakke wil, maar in het feit dat een deel van het leven niet langer reëel is.
Het lichaam begint te zeggen wat het hoofd niet wil benoemen.
De waarheid hoeft, als ze moe is, niet onmiddellijk tot een revolutie te leiden, hoewel dat vaak wel het geval is, maar eerst kan het een simpele herkenning opleveren, iets bij de naam noemen, iets dat al heel lang zonder woorden vastzit.
Iets kan te zwaar, te strak zijn of simpelweg te lang worden uitgesteld.
Alleen al het opmerken van dit ‘iets’ lost niet alles op, maar het maakt wel een einde aan het doen alsof, en het einde van het doen alsof is vaak de eerste echte rust.
Welke waarheid schuilt er onder de vermoeidheid die ondanks rust bij je terugkeert